top of page
  • Foto van schrijverDr. Leo Klinkers

“IK VAL AAN, VOLG MIJ” (2c): WIE MOET MIJ VOLGEN?

Inleiding


In “Ik val aan, volg mij (1)”: Waarom deze aanval? heb ik uitgelegd dat het toenemende verval van ons politieke systeem moet worden gestopt. In “Ik val aan, volg mij (2a)”: Wie moet mij volgen? benoem ik enkele tientallen Instituties van ons land om zich verantwoordelijk te gaan weten voor de toepassing van 92 Stellingen en een aantal Rechtsbeginselen inzake Rechtvaardigheid. Dit naar aanleiding van een boek daarover van emeritus hoogleraar Frans Tonnaer. In “Ik val aan volg mij (2b) stel ik dat de genoemde Instituties gedurfd en onorthodox hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor een fundamentele vernieuwing van het ‘Huis van Thorbecke’, zoals geformuleerd in een boek van bestuurskundige Peter Hovens. Nu volgt “Ik val aan, volg mij (2c)” waarin ik de Instituties wijs op hun verantwoordelijkheid voor het meer weerbaar maken van ons land tegen de door Ingo Piepers beschreven dreigingen van onze interne orde, de Europese orde en de internationale orde.




Het boek van Ingo Piepers

Voordat ik een aantal onderdelen van zijn boek ga toelichten zal ik eerst in grote lijnen vertellen wie Piepers is, wat hij bestudeert en tot welke bevindingen hij is gekomen; bevindingen die ons leven in Nederland, Europa en de wereld op een niet geringe manier gaan raken. Ook deze boekbespreking is gericht op het tonen van verbindingen met het werk van Tonnaer, Hovens en mij. En is een uitnodiging aan alle Instituties die ik in Aanval (2a) noemde, om mij te volgen in de analyses en aanbevelingen van Ingo Piepers.

 

Piepers heeft zich toegelegd op onderzoek naar de oorlogsdynamiek in het internationale systeem. Hij publiceerde een uitgelezen hoeveelheid analyses over het waarom en het hoe van het ontstaan van statelijke systeemcrises, inclusief (wereld)oorlogen, sinds de 15e eeuw.[1] En hoe na elke omvattende crisis van het internationale systeem nieuwe statensystemen ontstonden.

 

In 1995 was hij commandant van de Nederlandse bijdrage aan de Rapid Reaction Force van de Verenigde Naties in Sarajevo, als onderdeel van Operation Deliberate Force.

 

Zijn nieuwste boek ‘Van Verval naar Vernieuwing’ (2023) is te zien als een culminatie van zijn ervaringen en inzichten op twee gebieden:

(a)    hij voorziet in de ontwikkeling van huidige oorlogen en andere conflicten hoe zich een nieuwe, omvattende mondiale systeemcrisis, inclusief een nieuwe wereldoorlog aan het ontwikkelen is;

(b)   en draagt met de kennis van de manier waarop zich daarna een nieuw (federaal) statensysteem aandient bouwstenen aan voor een bestendige, vredige internationale orde die tot ver in de volgende eeuw kan duren.

 

Ik ga Piepers’ aanpak zo kort mogelijk duiden. Van essentieel belang daarbij is zijn onderscheid tussen ‘de orthodoxe benadering’ en het standpunt dat die benadering gecombineerd moet worden met nieuwe inzichten. Met tekeningen van analyses op het vlak van oorlogen en oorlogsdynamiek vanaf het jaar 1500 licht hij toe hoe nieuwe inzichten moeten leiden tot aanpassing en verdieping van de wetenschap over de relatie tussen systeemcrises > wereldoorlogen > structurele verschuivingen van de internationale orde > het ontstaan van nieuwe statensystemen. 

 

Hij beperkt zich niet tot militaire observaties, maar maakt gebruik van inzichten en theorieën uit de politieke wetenschappen die zich richten op internationale relaties en internationale politiek. Die bestaande inzichten zijn weliswaar gebaseerd op algemeen aanvaarde regels en overtuigingen, maar hij noemt dat de ‘orthodoxe benadering’. Bij die benadering gaat het dan vooral over macht, invloed en belangen van staten, gevoegd bij de veronderstelling dat staten er altijd naar streven die macht te maximaliseren. Die visie bepaalt in belangrijke mate de dynamiek en ontwikkeling van de internationale orde en die heeft ons nu gebracht waar we zijn: een systeem dat zich kenmerkt door oorlogen, conflicten, spanningen, provocaties en het verdragsrechtelijke stelsel van de Verenigde Naties dat door het vetosysteem van de Veiligheidsraad niet in staat is orde en vrede te realiseren, noch te handhaven.

 

Als ik zijn boeken goed begrijp probeert hij uit te leggen dat wij – Nederland, Europa en de Wereldorde – opnieuw in een Interbellum leven. Een periode tussen twee wereldoorlogen, zoals die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Nu dus het Interbellum tussen de Tweede Wereldoorlog en een toekomstige `Derde. De vraag is: wat hebben we van de vorige geleerd. Piepers legt uit wat we daarvan zouden moeten leren. In die zin dat de dreigingen die onze nationale, Europese en wereldorde mogelijk gaan verscheuren alles te maken hebben met een verwaarlozing van de desbetreffende politieke systemen. 


Hij ziet de orthodoxe benadering (over vooral sociale en politieke dynamiek en ontwikkelingen) als een te beperkte visie en zelfs als een onderdeel van de problematiek. Hij brengt die benadering op een hoger niveau van wetenschap met nieuwe inzichten die betrekking hebben op systeemtheoretische concepten. Die nieuwe inzichten worden gedragen door zijn vaststelling dat de systeemdynamiek rechtstreeks wijst op een nieuwe, aanstaande ernstige systeemcrisis waarvan een omvattende systeemoorlog – dus een Wereldoorlog - waarschijnlijk onderdeel gaat uitmaken. Er is geen twijfel mogelijk dat die waarschijnlijkheid in werkelijkheid kan veranderen omdat Piepers met nauwkeurige analyses in zijn boek ‘De onvermijdelijkheid van een nieuwe Wereldoorlog’ (2020) al voorspelde dat binnen twee jaren een nieuwe oorlog binnen Europa zou ontstaan. Dat bleek de oorlog van Rusland tegen Oekraïne te zijn. Er zijn niet veel mensen die denken dat het daarbij zal blijven. Meerdere niet-systeemoorlogen lijken die van de Oekraïne te gaan volgen.

 

Tot zover enkele hoofdlijnen. Net zoals ik Hovens’ boek op hoofdlijnen heb samengevat zal ik dat nu ook met Piepers’ boek doen.


De orthodoxe benadering van internationale relaties en dynamiek


Eerst behandelt Piepers de belangrijkste begrippen en opvattingen van de orthodoxe benadering. Om te beginnen met de ‘Realistische School’, met aanhangers als Machiavelli en Kissinger. Kern: staten zijn onderdeel van een groter systeem zonder centraal gezag en moeten dus zelf hun veiligheidsboontjes doppen. Om hun belangen veilig te stellen streven ze naar maximalisatie van (militaire) macht om voorbereid te zijn op agressie van andere staten. Deze handelingskeuzen levert echter steeds nieuw bedreigingen op omdat andere staten hetzelfde doen. Piepers: “In een systeem zonder centraal gezag is de veiligheid van staat A de onveiligheid van staat B en omgekeerd”(p. 14). Zie dit veiligheidsdilemma in de tekening:


 

Op diverse plekken in zijn boek wijst hij op de noodzaak om in te zien dat het vereiste centrale gezag – voor het vestigen van vrede - alleen te realiseren is door de wereldorde te stoelen op een federale staatsvorm.

 

Naast deze denkrichting binnen de Realistische School zijn er nog vier andere: de ‘Gemeenschap van staten doctrine’, het ‘Pluralistische interdependentiemodel’, het ‘Afhankelijkheidsmodel ‘en het ‘Wereldgemeenschapsmodel’. Ik ga hier kortheidshalve aan voorbij.


De vorming van staten en machtsontwikkeling


Dit onderdeel gaat over de vorming en ontwikkeling van de staat. Opmerkelijk is zijn vaststelling dat het statelijk proces van Europa nog niet afgerond is. Het vereist nog een ‘groeistap’ die uiteindelijk tot een federaal Europa op basis van een Constitutie moet leiden. Op dit punt (wat hij later in zijn boek uitwerkt) leg ik een verbinding tussen zijn werk, dat van Hovens en mij: de verdragsrechtelijke ontwikkeling van Europa – begonnen in 1951 met de creatie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal – blijkt een juridisch-bestuurlijk gedrocht te zijn dat aan het einde van zijn politieke levenscyclus is gekomen. In de evolutie van het Europese statensysteem sinds 1500 is een federaal Europa de volgende en wellicht ook de laatste stap.

 

Het internationale systeem


Aan de hand van inzichten van Holsti en Gilpin onderscheidt Piepers (binnen de orthodoxe benadering) drie typen internationale systemen: het feodale systeem (macht geconcentreerd in een centrum waarbij ondergeschikte eenheden slechts een beperkte autonomie hebben); het internationaal systeem met diffuse machtsstructuren (een beperkt aantal grootmachten bezit en bezet dominante posities dat leidt tot een derde type, een gepolariseerd bloksysteem); in die derde positie zijn minder machtige staten vaak bereid autonomie in te leveren voor veiligheid die hen wordt verschaft door een dominante staat. Het is niet moeilijk om te zien dat Oekraïne en Israël duidelijke voorbeelden van die derde positie zijn.

 

Doelstellingen en strategieën van staten

Piepers volgt Gilpins onderscheid in drie categorieën doelen van staten:


(a)    Verovering van grondgebied om economische en veiligheidsbelangen te waarborgen. Zie Rusland versus Oekraïne.

(b)   Vergroting van invloed op andere staten. Denk hierbij vooral aan China dat zich overal in de wereld met leningen en subsidies in landen ‘inkoopt’.

(c)    Vergroting van invloed op de wereldeconomie. Wie zien hier de positie die Amerika, China en India innemen.

 

Vervolgens citeert Piepers Holsti’s orthodoxe visie dat in het huidige internationale systeem zonder een centraal gezag de ruim 190 staten nog steeds vier doelen nastreven: veiligheid, autonomie, welzijn, status en prestige. In mijn woorden: nog steeds is het ‘ieder voor zich’, ‘eigen land eerst’, zonder enig besef van gemeenschappelijke belangen die de creatie van een overkoepelend bestuur in de vorm van een federaal gezag vereisen; de enige vorm van gemeenschappelijke statelijkheid die de soevereiniteit van de deelstaten kan bewaren én een wereldvrede kan garanderen.

 

De ontwikkeling van de internationale orde en het machtsevenwicht


Uit deze paragraaf vermeld ik slechts dat Piepers hier een gedetailleerde verhandeling geeft van de wijze waarop binnen het internationale systeem de statelijke orde van Europa zich heeft ontwikkeld. Vanaf het soevereiniteitsbeginsel krachtens de Vrede van Westfalen (1648), via de Wereldoorlogen tot het Europese intergouvernementele, verdragsrechtelijke besturingssysteem van vandaag de dag. De behoefte aan recht, vrede en veiligheid zijn steeds sleutelbegrippen die nieuwe vormen van statelijke ordelijkheid stuwen.

 

Patronen en trends


Piepers schetst de ontwikkeling van een unipolair machtssysteem (de USA als enige pool) naar een multipolair systeem waarin enkele grootmachten de dienst uitmaken. In een proces van rijzende imperia, vervolgens desintegrerende imperia en weer nieuwe rijzende grootmachten is langzaam een multipolair systeem gegroeid langs een steeds repeterend proces van oorlog op oorlog: aftastende oorlogen (probing wars) en aanpassende oorlogen (adjusting wars) die overigens de hiërarchie tussen de staten niet aantastte.

 

Oorlog, oorlogvoering en oorlogsdynamiek


Voor een goed begrip van de oorlogsdynamiek definieert Piepers – aan de hand van de orthodoxe benadering – oorlog als een activiteit waarbij op een georganiseerde manier geweld wordt aangewend om een bepaald doel te bereiken; oorlogvoering als een manier waarop die oorlog wordt gevoerd, dus met welke middelen en methoden; een totale oorlog als de algehele betrokkenheid van een samenleving bij een oorlog. Voor Oekraïne lijkt het volgens Piepers een totale te zijn, voor Rusland nog niet. Bij oorlogsdynamiek gaat het niet over een enkele oorlog, noch over oorlogvoering, maar over opeenvolgende oorlogen en de samenhang daartussen op lange(re) termijn.

 

Oorlogen en oorlogvoering zijn geëvolueerd van een activiteit van machthebbers die met huurlingen hun eigen belangen wilden veiligstellen naar activiteit en een instrument waarmee staten hun belangen willen behartigen. Voor Nederland is dat uitgedrukt in Artikel 97 Grondwet. Lid 1: “Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, en ook ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.” Lid 2: “De regering heeft het opperbevel over de krijgsmacht” (p. 46).

 

Wat is er nu aan de hand? Een orthodox antwoord


Piepers sluit de beschrijving van de orthodoxe benadering af met het standpunt dat de orthodoxe benadering ondanks waardevolle inzichten een nieuw paradigma nodig hebben. Ik citeer: “Als het over dynamiek en ontwikkeling van het internationale systeem gaat en dus niet over specifieke sociale en politieke ontwikkelingen en gebeurtenissen, dan herhaalt de geschiedenis zich. Helaas handelen wij daar niet naar en dat is niet alleen zorgwekkend, maar ook een gemiste kans. (-) Wij hebben er natuurlijk alle belang bij dat die nieuwe internationale orde – een VN 2.0 – onze waarden en belangen zal waarborgen. Er staat bij een hegemoniale oorlog dus veel op het spel. Een hegemoniale oorlog[2] moet je winnen” (p. 48).

 

Een nieuwe benadering van internationale relaties


Hier begint Piepers aan inzichten die een noodzakelijke aanvulling moeten zijn op die van de Realistische School van de orthodoxe benadering. Bouwstenen van een nieuw paradigma voor onderzoek van internationale relaties en oorlogsdynamiek. Nieuwe inzichten op basis van zijn voorgaande studies maken duidelijk dat de orthodoxe benadering niet altijd juist of volledig zijn. Daarmee is het mogelijk een beter zicht te krijgen op de werking van het internationale systeem.

 

Piepers doet dit als volgt. Hij benoemt eerst de sociale en politieke dynamiek in het politieke systeem van de orthodoxe school als een ‘bovenliggende’ dynamiek: Systeem 1. En zijn nieuwe benadering ‘onderliggende’ dynamiek als Systeem 2.Tussen beide dynamieken – Systemen – is sprake van een wisselwerking waarbij de onderliggende dynamiek kaders stelt en richting geeft aan de bovenliggende dynamiek.

 

In die context introduceert Piepers begrippen als:


  • Adaptieve cycli: dat zijn cycli van verval en vernieuwing die plaatsvinden in onder andere ecosystemen en sociale systemen. Let wel: hierbij past de toevoeging dat ze mijns inziens ook van toepassing zijn op politieke systemen. Die van ons land wordt door Hovens en mij geduid als een politiek systeem, ernstig in verval. Ook het systeem van de Europese Unie is mijns inziens in een staat van ernstig verval geraakt. Oorzaak: de onvergeeflijke fout van de Franse staatsman Robert Schuman om in zijn Schuman Declaration van mei 1950 federale samenwerking tussen Europese staten weliswaar als verplicht te kenmerken, maar dan wel op basis van een stelsel van verdragen: een systeemfout van de eerste orde, die de EU nu naar zijn ondergang brengt.

  • Creative destruction: dat is een onderdeel van de vernieuwing na het verval. Ik zie dat als het totaal van toegepaste wetenschap zoals beschreven bij mijn bespreking van het boek van Tonnaer: de Instituties die – als de omvattende Samenwereld (Hovens) – tot grondplicht hebben om de vernieuwing vorm en inhoud te geven.

  • Universaliteit (relatie tussen netwerk en zijn dynamiek): daarbij kondigt Piepers aan dat hij zal spreken over faseovergangen, kritieke punten, chaotische dynamiek, dissipatieve structuren en eindige-tijd-singulariteiten. Bepaald geen eenvoudige stof, maar niettemin bestudeerbaar om de relatie tussen verval en vernieuwing te kunnen begrijpen.

 

Verval en vernieuwing van ecosystemen


Piepers’ onderzoek toont dat oorlogscycli in het internationale systeem integrale onderdelen zijn van adaptieve cycli van innovatie, exploitatie verval en vervolgens vernieuwing: “De innovatie van de internationale orde (de organisatie van het internationale systeem) vindt plaats tijdens hegemoniale ofwel systeemoorlogen. Oorlogen en dan vooral systeemoorlogen zijn in hoge mate instrumenteel in de ontwikkeling van het internationale systeem” (p. 53).

 

Nu volgt een belangrijke observatie van Piepers, belangrijk in die zin dat het een bijzonder verbindend element is tussen de vier boeken die hier aan de orde zijn: “Ook in het geval van de organisatie van de samenleving is er sprake van een adaptieve cyclus.” De boeken van Tonnaer met zijn Stellingen en Rechtsbeginselen, van Hovens met zijn SamenWereld plus de noodzakelijke verbouwing van het ‘Huis van Thorbecke’ en dat van mij met een totaal aanpak van het politieke systeem waaronder een Tweede Kamer die met opgeleide leden zijn weerga niet heeft, markeren samen met dat van Piepers het begin van een adaptieve cyclus van een politiek systeem dat een extreem hoog niveau van Democratie, RechtsStatelijkheid, Moraliteit, Ethiek en Functionaliteit moet garanderen. Bestand tegen alle te verwachten disrupties binnen Europa en de chaotiserende wereldorde van dit moment.

 

Complexe en dynamische systemen


In deze paragraaf bespreekt Piepers terugkoppelingsmechanismen die in de systeemtheorie bekend staan als:


  • Positieve feedback: dat is een versterking van een dynamiek.

  • Negatieve feedback: dat is een corrigerende werking van een dynamiek.

In mijn bestuurskundig werk, vervat in wat mijn studenten indertijd de ‘Methode Klinkers ‘gingen noemen, zijn deze twee begrippen bepalende parameters voor falend of succesvol beleid maken. Ik ga daar nu verder aan voorbij.

 

Faseovergangen en kritieke punten


Piepers onderscheidt in de ontwikkeling van het internationale systeem op lange termijn de volgende toestanden of fasen:


  • Voor 1500 was er nog geen ‘toestand’ maar slechts een losse verzameling van politieke entiteiten zonder veel samenhang.

  • Rond 1500 ontstond er zoiets als een Europees systeem, dat duurde tot 1939, de start van de Tweede Wereldoorlog.

  • Na 1945 startte een nieuwe fase met het karakter van een mondiaal statensysteem, vervat in de Verenigde Naties, en voor Europa in de groei van de Europese Unie.

 

Piepers bespreekt in deze paragraaf de typische aspecten van overgangen tussen die fasen.

 

Dissipatieve structuren


Piepers betreedt hier het domein van de thermodynamica. Daarbij zijn de Eerste Hoofdwet en de Tweede Hoofdwet van thermodynamica van belang. De eerste gaat over behoud van energie. De tweede heeft betreft entropie, een aspect van energie dat duidt op de altijd aanwezige neiging van verval en chaotisering van een systeem.

 

Dissipatieve structuren – een nogal gecompliceerd begrip – zijn complexe systemen die op afstand van een evenwichtstoestand functioneren, maar zich wel kunnen ontwikkelen tot netjes georganiseerde patronen. Dus terwijl ze zich dynamisch ver van een thermodynamisch evenwicht ophouden, vervoeren en verspreiden ze energie die kan leiden tot een vorm van zelforganisatie waardoor uit chaos georganiseerde patronen ontstaan. Feedback-loops zoals negatieve feedback kunnen dat proces van georganiseerde patronen versterken. Dit speelt niet alleen binnen de natuurkunde maar ook in de economie en de politiek. Lukt het niet een georganiseerde toestand te realiseren dan versterkt positieve feedback de entropische chaos en verval van het systeem.

 

Groei, versnelling en eindig-tijd-singulariteiten


Hoewel het moeilijk is om binnen alle paragrafen van Piepers’ werk de belangrijkste te benoemen gaat mijn belangstelling vooral uit naar deze paragraaf. Piepers werkt met het benoemen van een aantal ontwikkelingen toe naar de voorspelling dat rond 2185 (dus gelukkig nog ver weg) het mondiale statensysteem zichzelf zal vernietigen omdat dan oneindige hoeveelheden spanningen worden geproduceerd. Hij bouwt zijn betoog als volgt op:


  • De eerder genoemde adaptieve cycli hebben laten zien dat ze met een exponentiële factor versnelden. Ik zie dat als een voorbeeld van de werking van positieve feedback.

  • Door die versnelling nam de levensduur van die cycli exponentieel af. Wat Piepers opmerkt over de effecten van een exponentiele beëindiging van een adaptieve levenscyclus binnen het mondiale politieke systeem is onverkort van toepassing op hetgeen zich momenteel (voorjaar 2024) in Nederland voordoet: een politiek systeem in totale chaos.[3]

  • Een sleutelbegrip in Piepers overwegingen is ‘Superexponentiële groei’. Hij ziet dat bijvoorbeeld bij superexponentiële groei van het aantal militaire slachtoffers tijdens oorlogen. Hij gebruikt die superexponentiële groei van militaire slachtoffers om aan te geven dat parallel daaraan oneindige hoeveelheden energie, hulpbronnen en militaire capaciteiten beschikbaar moeten zijn om de oorlogsdynamiek te kunnen voortzetten. Maar hij waarschuwt: “Dat is niet mogelijk en er is dan een probleem” (p.68). Projecteer dat eens op de oorlog tussen Oekraïne en Rusland.

  • Piepers stelt: “Het probleem dat er op een gegeven moment oneindige hoeveelheden energie en hulpbronnen nodig zijn om de dissipatieve structuur te voeden, kan tijdelijk worden uitgesteld door de werking van de dissipatieve structuur te optimaliseren op het moment dat er stagnatie optreedt.” Dat vereist een reset in de vorm van een vernieuwing – een upgrade – van de internationale orde. In mijn woorden: de oorlog tussen Oekraïne en Rusland leidt naar een reset die de Europese politieke en rechtsorde op een ander niveau zal gaan brengen. Volgens mijn berekeningen gaat dat dan in de richting van een constitutioneel gebaseerde federale staat Europa.

  • Drie resets van het Europese statensysteem vonden al eerder plaats. Bij de systemoorlogen van de Dertigjarige oorlog (1618-1648), de Franse revolutionaire en Napoleontische Oorlogen (1792-1815) en de Eerste Wereldoorlog. Het Europese statensysteem produceerde tussen 1939-1945 oneindig veel spanningen die zoveel – oneindig veel – militaire capaciteit vereisten om die spanningen te redresseren.

  • Piepers: “Uiteindelijk werd in 1939 de singulariteit van het Europese statensysteem bereikt en vond een fundamentele reorganisatie van het gehele systeem plaats. Die fundamentele reorganisatie kwam tot stand door de vierde systeemoorlog, de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), waar de drie voorafgaande systeemoorlogen en innovaties de opmaat voor waren.”

  • Een reset in de zin van een (interne) herordening van het Europese statensysteem was niet meer mogelijk. Een fundamentele verandering was geboden. En die ontstond in 1951 in Europa een stelsel van intergouvernementele samenwerking. Met als juridische basis een stelsel van verdragen dat steeds moet worden aangepast om te kunnen functioneren onder de last van lidstaten die verdragsrechtelijke plichten negeren zodra ze zich bedreigd voelen in hun nationale belangen. Voor de mondiale rechtsorde gold een (voorlopig) mondiaal statensysteem, begonnen met de oprichting van de VN in 1945. Ook die verdragsrechtelijke basis is niet sterker dan het papier waarop het is geschreven. Het vetorecht in de Veiligheidsraad blokkeert elk proces naar een omvattende wereldvrede.

 

De contouren van een nieuw paradigma


Piepers werkt het voorgaande gedetailleerd uit. Kortheidshalve ga ik aan deze paragraaf voorbij.

 

Wat is er aan de hand? Een antwoord op basis van nieuwe inzichten


Ter introductie van het volgende hoofdstuk schudt Piepers de lezer nog meer wakker dan wellicht al het geval is. Wij bevinden ons nu aan het einde van de eerste cyclus van het mondiale statensysteem dat met de oprichting van de VN in 1945 van start is gegaan. Hij wijst op het belang van een reset. Ik interpreteer dat als een hervorming van fundamentele aard, geen interne herordening, of tijdelijke aanpassing of reparatie van onderdelen van het VN systeem. De VN nadert volgens Piepers een kritiek punt en zal zich dan zelf vernietigen. Een ontlading, gevolgd door een geheel nieuwe wereldorde. De ontlading zal gepaard gaan met een mondiale systeemcrisis en oorlogsactiviteit waarbij alle grootmachten betrokken zullen zijn. Inzet: een nieuwe internationale orde.

 

Het daarna volgende hoofdstuk ‘Nadere analyse op basis van het nieuwe paradigma’ gaat over de manier waarop hij de ontwikkelingen richting een mondiale crisis vanaf 1945 berekent. Hij gaat daarin diep in op de werking van een dissipatieve structuur, de structuur en levensloop van een cyclus, systeemoorlogen en niet-systeemoorlogen, abnormale oorlogsdynamiek, ontwikkelingen na de Koude Oorlog en de start van een volgende systeemoorlog. Ik ga even in op het laatste onderwerp.

 

Ik citeer: “De oorlog in Oekraïne die in 2022 is gestart, is naar alle waarschijnlijkheid de eerste oorlog in een reeks oorlogen die we de komende periode kunnen verwachten, en die gezamenlijk een systeemoorlog vormen. Net zoals bij de vier voorafgaande systeemoorlogen, gaat het bij deze systeemoorlog om een nieuwe internationale orde.” (p. 110):


” Vooropgesteld dat het mondiale statensysteem dat in 1945 van start is gegaan op dezelfde wijze functioneert als zijn voorganger – en er wijst nog niets op dat dat niet het geval is – dan kan een vrij nauwkeurige indicatie voor de duur van een volgende systeemoorlog worden verkregen als de duur van de voorafgaande relatief stabiele periode bekend is. De indicatieve duur van de systeemoorlog die nu van start is gegaan is dan ongeveer 17 jaar. De berekening is als volgt: de relatief stabiele periode is in 1945 van start gegaan en in 2022 is het kritieke punt bereikt. Dat levert een levensduur van deze relatief stabiele periode op van 1945-2022 is 77 jaar. Omdat het verhoudingsgetal 0,22 bedraagt levert dat een duur voor de systeemoorlog van (afgerond) 17 jaar op (0,22x77=16,9). Dat is dan dus de tijd die nodig is voor het internationale systeem om weer een nieuw evenwicht te vinden en te verankeren in een nieuwe internationale orde.


Het feit dat er sprake is van een systeemcrisis/oorlog, dat de inzet van die systeemoorlog een nieuwe internationale orde is, dat die oorlog bijna twintig jaar zal duren en dat de oorlog in Oekraïne daar een onderdeel van is (nota bene: Poetin en Xi zeggen dat met zoveel woorden), is belangrijke informatie waarop kan worden geanticipeerd. Ik kom daarop nog terug bij de beantwoording van de vraag wat wij gegeven de situatie nu zouden moeten doen” (p. 111-112).

 

Alarm


Voordat ik vertel hoe Piepers straks zijn vraag gaat beantwoorden sla ik alvast alarm.

 

Ik acht het niet mogelijk om Piepers’ bevindingen te weerleggen met andere en betere cijfers, feiten en argumenten. Zij vormen de fundamentele basis om de hiervoor besproken boeken van Tonnaer (Rechtvaardigheid in Stellingen en Rechtsbeginselen) en Hovens (SamenWereld en Huis van Thorbecke), alsook dat van mij (een zoektocht naar een geheel nieuw politiek systeem en een nieuwe Tweede Kamer) te bestuderen op de noodzaak om – anticiperend - massaal in actie te komen om de onvermijdelijke schade van de te verwachten mondiale systeemcrisis voor Nederland zoveel mogelijk te mitigeren.

 

De Instituties zoals onderscheiden bij de bespreking van Tonnaers boek, in mijn visie alle tezamen de SamenWereld uit Hovens’ boek, staan nu, niet morgen, aan de lat om zich te realiseren waar hun verantwoordelijkheid ligt.

 


Hier plaats ik nogmaals die vier boeken die het verval van ons politieke systeem moeten stoppen en omkeren tot een stelsel met een Tweede Kamer vol personen die zijn opgeleid in de grondslagen van het politieke ambt, het belangrijkste ambt ter wereld. Personen die hun nagenoeg pathologische onwetendheid inzake Recht, RechtMatigheid en RechtVaardigheid als bouwstenen van RechtsStatelijkheid hebben ingeruild voor een diep besef – gebaseerd op eisen van bekwaamheid en geschiktheid - van wat het belangrijkste ambt ter wereld inhoudt:


De verinnerlijking van deze vier boeken is het wetenschappelijke ‘Deltaplan’ dat de onvermijdelijke nadering van verval en chaos zoveel als mogelijk moeten tegenhouden en de bouwstenen leveren voor de daarna volgende vernieuwing van het nationale, Europese en mondiale statensysteem.

 

Wat kunnen we nu doen en Wat moeten we nu in ieder geval doen?

Van de twee laatste hoofdstukken ‘’Wat kunnen we nu doen’ en ‘Wat we nu in ieder geval moeten doen’ toon ik hier eerst een tekening.



Ik citeer Piepers: “Deze afbeelding laat het verband en de interactie zien tussen vier variabelen die gezamenlijk het machtig-steeds machtiger mechanisme vormen. Een machtige positie tijdens een systeemoorlog levert privileges op in de internationale orde die dan tot stand komt, waardoor de belangen van dezen al machtige staat voorrang krijgen.”

 

Vervolgens citeer ik slechts de vier acties en maatregelen waarmee Piepers zijn boek afsluit. Dat lijkt mij voldoende:

 

“Het gaat om de volgende acties:

1.      De totstandkoming van een nieuwe internationale orde in de vorm van een wereldfederatie die is gebaseerd op democratische beginselen en die over een geweldsmonopolie beschikt.

2.      De publicatie van een Mondiaal Handvest – een Global Charters – waarmee die ambitie duidelijk wordt gemaakt.

3.      De totstandkoming van een Europese Federatie, waar een Europese Defensiemacht een integraal onderdeel van is, althans tot het moment van totstandkoming van die wereldfederatie.

4.      Een strategische aanpak van deze ambities door Nederland en haar bondgenoten” (p.136).

 

Voor de nadere uitwerking van deze vier acties verwijs ik naar het boek zelf. In Aanval (3) zal ik het aspect van de noodzaak tot Europese en Mondiale federalisering ook iets verder uitwerken.

 

Slot


Hiermee zijn de drie onderdelen van “IK VAL AAN, VOLG MIJ (2a), (2b) en (2c) ”: WIE MOET MIJ VOLGEN? afgerond. In Aanval (3) behandel ik de vraag: HOE MOET DAT DAN? Ik zal dat begin juni publiceren.

 

mr. dr. Leo Klinkers,

Bestuurskundig adviseur

30 mei 2024



[1] Zie Dynamiek en Ontwikkeling van het Internationale Systeem: een Complexiteitsperspectief (2006); 2020: Warning, Patterns in War Dynamics reveal disturbing Developments (2016); On the Thermodynamics of War and Social Evolution (2019); De Onvermijdelijkheid van een nieuwe Wereldoorlog (2020).

[2] Een hegemoniale oorlog is een conflict tussen staten waarbij een streeft naar de hegemonie, de absolute baas worden over een bepaald gebied of zelfs over de hele wereld. De Napoleontische oorlogen en de twee wereldoorlogen worden als hegemoniale oorlogen gezien.

[3] In de Verantwoording bij mijn Verzameld Werk (zie later website onder constructie) laat ik met een eenvoudige tekening zien hoe de combinatie van systeemleer, thermodynamica en organisatieleer het verval van ons politieke systeem duiden. In Aanval (3) zal ik dat nogmaals tonen.



8 weergaven0 opmerkingen

Comments

Rated 0 out of 5 stars.
No ratings yet

Add a rating
bottom of page