top of page

NBToGZ 2021, 1: Wanneer is er sprake van schending van het beroepsgeheim door zorgprofessionals?


Door: mr. Anne Marie de Koning



Tuchtklachten tegen zorgprofessionals kunnen worden geformuleerd op basis van twee normen: de eerste en de tweede tuchtnorm. De eerste betreft de relatie patiënt/cliënt versus de zorgprofessional, dus wat er in de zorgrelatie is voorgevallen. De tweede is meer overkoepelend en betreft handelen door de zorgprofessional dat schadelijk kan worden geacht voor de beroepsgroep.

 

Klachten op grond van de eerste tuchtnorm worden in de regel door een patiënt geëntameerd en soms door een collega-zorgprofessional of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), klachten op grond van de tweede tuchtnorm worden ofwel door de IGJ, ofwel door een patiënt en soms door een collega-zorgprofessional ingediend.


Het tuchtrecht is ‘casuïstisch’ van aard en dat houdt in: zeer sterk aan een specifieke casus gebonden. Het betekent vaak ook dat er niet (gemakkelijk) een echte lijn in de jurisprudentie te ontwaren valt.


Bovendien wordt vaak geklaagd over meer onderwerpen tegelijkertijd, bijvoorbeeld: ‘onheuse bejegening’, en ‘schending beroepsgeheim’, of een 'verkeerde diagnose of behandeling' in combinatie met een andere klacht. Dit maakt zoeken naar een specifiek onderwerp om enig houvast te verkrijgen extra lastig.


In deze eerste editie van de nieuwsbrief Tuchtrecht Online voor de Gezondheidszorg geven we uitspraken weer naar onderwerp en proberen daar, zo mogelijk, algemene conclusies aan te verbinden. In beginsel worden alleen uitspraken van het hoogste tuchtrechtelijke college voor de gezondheidszorg in Nederland, het CTG, genoemd. Vanwege het educatieve element worden in deze nieuwsbrief alleen uitspraken van de afgelopen tien jaar aangehaald, waarbij een gegrondverklaring van de klacht plaatsvond.

In deze eerste editie behandeld ik schending van het beroepsgeheim.


Welke lessen kunnen getrokken worden uit het overzicht hierna dat gegenereerd is door de online Tuchtrecht.online? Het begint met een regelrechte klassieker: een echtscheidingssituatie, de Raad voor de Kinderbescherming is betrokken, de huisarts geeft een verklaring af. Dat is in de regel, bezien vanuit tuchtrechtelijk oogpunt, 'dodelijk'.


In het verlengde hiervan valt verder op dat mededelingen doen aan derden/instanties (zoals Veilig Thuis), al dan niet in het kader van een second opinion, in beginsel een tuchtrechtelijk laakbare schending van het beroepsgeheim oplevert. 


Dan is er het optreden van de zorgprofessional als getuige of deskundige in het kader van een strafrechtelijk onderzoek: oppassen geblazen! Zeker nooit doen zonder voorafgaand en diepgaand juridisch specialistisch advies.


Tot slot valt op dat veel klachten eigenlijk zien op het gevoel van de patiënt onheus of onjuist behandeld te zijn, terwijl de schending van het beroepsgeheim daar dan ‘bij wordt gehaald’. Niet altijd terecht, waarbij het lijkt dat sommige klachten door juiste en correcte communicatie voorkomen kunnen worden.


Hierna treft u een selectie van uitspraken aan.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

11 februari 2026 

Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.

 

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

12 januari 2026

Klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klaagster een bovenooglidcorrectie uitgevoerd. Omdat klaagster niet tevreden was met het resultaat, plaatste zij online reviews over haar negatieve ervaring. De oogarts heeft klaagster in kort geding gedagvaard vanwege haar openbare uitlatingen. In die kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch advies van een externe deskundige overgelegd. Volgens klaagster heeft de oogarts zijn beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar medische gegevens aan deze externe deskundige te verstrekken. Daarnaast stelt klaagster dat de oogarts ten onrechte heeft geweigerd een verklaring van klaagster aan het dossier toe te voegen. Ook wilde de oogarts kosten in rekening brengen voor het toesturen van het medisch dossier aan klaagster op haar verzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart net iets minder gegrond dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de oogarts de maatregel van een waarschuwing op. 


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

2 april 2025

Klacht tegen psychiater. De psychiater was werkzaam als geneesheer-directeur van een GGZ-instelling. Op enig moment is een verzoek binnengekomen van Veilig Thuis om informatie te verstrekken over klaagster vanwege ernstige zorgen over haar zwangerschap en de veiligheid van haar ongeboren kind. De psychiater heeft hier per brief op gereageerd. Klaagster verwijt de psychiater dat hij a) zijn beroepsgeheim heeft geschonden, zonder dat daartoe de strikte noodzaak kon worden vastgesteld en in strijd met de regel dat alleen op concrete vragen antwoord wordt gegeven, b) onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt, en c) informatie heeft verstrekt aan een bepaalde locatie van Veilig Thuis, terwijl alleen een andere locatie van Veilig Thuis bevoegd was om een onderzoek uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel gedeeltelijk gegrond verklaard en de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Zowel klaagster als de psychiater hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het beroep van klaagster faalt. Het beroep van de psychiater slaagt, omdat het Regionaal Tuchtcollege naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege de klacht van klaagster ten onrechte heeft uitgebreid en gegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog geheel ongegrond en daarmee vervalt de opgelegde maatregel van waarschuwing.

 

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

2 december 2024

Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij informatie die niet relevant is heeft opgenomen in de verwijsbrief voor een second opinion en een verwijsbrief naar de oogarts. Ook klaagt klaagster over de grond en de inhoud van de Veilig Thuis-melding die de huisarts heeft gedaan ten aanzien van klaagster. De huisarts heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat hij het vermoeden had dat het zoontje van klaagster opgroeide in een instabiele, onveilige opvoedingssituatie. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht over de schending van het beroepsgeheim in de verwijsbrieven gegrond is en dat de klacht over de melding bij Veilig Thuis ongegrond is, en legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op. Klaagster en de huisarts zijn allebei afzonderlijk van elkaar in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht over de verwijsbrieven ongegrond is en de klacht over de melding bij Veilig Thuis gedeeltelijk gegrond. Hiervoor acht het Centraal Tuchtcollege oplegging van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

27 november 2024 

Klacht tegen een psychiater. Klager is onder behandeling geweest in een ggz-instelling, waar de psychiater de functie van geneesheer-directeur had. Hij heeft klager niet behandeld. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek heeft de psychiater in zijn functie van geneesheer-directeur een voor klager belastende verklaring bij de politie afgelegd. Hij had klager niet gezien of gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart alle drie de klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a) alsnog gegrond. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is het doorbreken van het beroepsgeheim door de psychiater niet te herleiden tot een conflict van plichten en dus niet gerechtvaardigd. Het beroep wordt voor het overige verworpen.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

9 januari 2023 

Klacht tegen tandarts. Klager verwijt de tandarts dat: 1. zijn verzoek om een afschrift van zijn dossier niet correct is opgevolgd en niet is voldaan aan zijn verzoek tot vernietiging van zijn dossier; 2. binnen de praktijk op een onwettige manier is omgegaan met zijn dossier, waardoor de geheimhouding ervan niet was gewaarborgd; 3. zij een brief met daarin informatie omtrent doorgevoerde behandelingen aan haar advocaat heeft verstrekt; 4. zij hem incorrect heeft voorgelicht en niet op de meest optimale wijze een wortelkanaalbehandeling heeft doorgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard en aan de tandarts geen maatregel opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in het beroep en verwerpt zijn beroep voor het overige.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

19 november 2021 

Klacht tegen verzekeringsarts. De klacht houdt in dat de arts zonder toestemming en kennisgeving vooraf het medisch dossier van klager aan een psychiater heeft overhandigd voor een ‘collegiaal advies’, en dat sprake is van schending van het beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen die uitspraak, gelet op het bepaalde in artikel 73 eerste lid, onder a, van de Wet BIG.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

19 november 2021 

Klacht tegen verzekeringsarts. De klacht houdt in dat de arts zonder toestemming en kennisgeving vooraf het medisch dossier van klager aan een psychiater heeft overhandigd voor een ‘collegiaal advies’, en dat sprake is van schending van het beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De arts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht alsnog ongegrond.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

19 november 2021 

Klacht tegen verzekeringsarts. Klager heeft in 2012 een auto-ongeval gehad en heeft daardoor letsel opgelopen. De WAM-verzekeraar van de automobilist die klager heeft aangereden heeft de aansprakelijkheid erkend, maar over de omvang van de schade zijn partijen het niet eens geworden. Partijen hebben samen een [deskundige] neuroloog een deskundigenrapportage laten opstellen. De arts is werkzaam als medisch adviseur, is ingeschakeld door de WAM-verzekeraar van de automobilist en heeft commentaar uitgebracht op het conceptrapport van de als deskundige ingeschakelde neuroloog. De klacht houdt in dat de arts een bijzondere zorgplicht jegens klager heeft geschonden, door 1) een niet (medisch) onderbouwde stelling in te nemen dat geen sprake is (of kan zijn) van een flexie-extensietrauma omdat de airbag is uitgegaan, en 2) zich op grievende wijze over klager uit te laten in zijn beschouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De arts heeft beroep ingesteld tegen die uitspraak. Het beroep richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege, verklaart klachtonderdeel 2 opnieuw gegrond, maar vindt het niet nodig om aan de arts een maatregel op te leggen en volstaat met de vaststelling van een tuchtrechtelijk verwijt.

 

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

4 juni 2021 

Klacht tegen verpleegkundige. Klacht betreft overleden moeder van klagers. In de laatste fase van haar leven is zij opgenomen in een verzorgingstehuis. In de periode dat zij nog thuis woonde heeft de verpleegkundige samen met collega’s de moeder van klagers gedurende drie maanden verzorgd. De klacht houdt in dat de verpleegkundige haar beroepsgeheim heeft geschonden en zich bij de uitvaart en condoleancebijeenkomst grievend heeft uitgelaten en evident onware mededelingen heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels niet-ontvankelijk verklaard en deels kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege acht klagers ontvankelijk en verklaart de klacht alsnog grotendeels gegrond. Waarschuwing.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

7 mei 2021 

Klacht tegen verpleegkundige. De klacht betreft de moeder van klaagster/schoonmoeder van klager. Klager was ook de huisarts van zijn schoonmoeder. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klagers hebben 17 klachtonderdelen geformuleerd en verwijten de verpleegkundige - kort gezegd - dat hij zonder onderbouwing negatieve uitspraken over klager heeft gedaan, dat hij het dossier van patiënte na haar overlijden meermaals heeft ingezien, haar privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden en uitspraken over de gesteldheid van patiënte heeft gedaan die zijn deskundigheid te buiten gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht over het ongeoorloofd inzien van het medisch dossier van patiënte gegrond verklaard. Verder zijn klagers in een klachtonderdeel deels niet-ontvankelijk verklaard en is de klacht voor het overige ongegrond verklaard, waarbij over twee klachtonderdelen niet geoordeeld hoefde te worden. Aan de verpleegkundige is een waarschuwing opgelegd. De verpleegkundige heeft hierin berust. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers, Daarmee blijft de opgelegde waarschuwing staan.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

23 april 2021

Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is als onafhankelijk bedrijfsarts werkzaam voor de werkgever van klager en heeft klager in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid. Klager kon zich niet vinden in het advies van de bedrijfsarts dat klager niet geschikt was voor eigen werk, maar wel voor aangepast werk van een paar uur per dag. Klager heeft daarop verzocht om een second opinion van een andere bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft zijn medewerking aanvankelijk geweigerd vanwege zwaarwegende argumenten. Na nadere e-mailwisseling heeft de bedrijfsarts aangegeven dat hij alsnog meewerkt met het verzoek. De second opinion heeft plaatsgevonden. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door e-mailcorrespondentie over de second opinion aan diverse mensen binnen het bedrijf door te sturen, ten onrechte niet heeft ingestemd met een second opinion, partij kiest voor de werkgever en niet integer handelt en dat hij geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wel dat hij niet het gehele dossier heeft verstrekt aan klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om kostenveroordeling af.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

15 oktober 2020 

Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is als regie-behandelaar betrokken bij de behandeling van de dochter van klager. Klager heeft verweerster per brief vertrouwelijk om een gesprek verzocht. Verweerster heeft dit verzoek met de dochter en haar moeder gedeeld. Klager verwijt verweerster dat zij hiermee haar beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij een interventie heeft gepleegd ten aanzien van de dochter en haar gezinsrelaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog geheel en het tweede klachtonderdeel gedeeltelijk gegrond, legt aan verweerster een waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

11 september 2020 

Klacht tegen huisarts. Tegen klager is een strafrechtelijk onderzoek gestart in verband met het overlijden van zijn schoonmoeder en zijn rol daarin als huisarts. Verweerster was als vaste waarnemer werkzaam in de praktijk van klager en is op enig moment door de politie als getuige gehoord. Klager en zijn echtgenote verwijten verweerster, samengevat, dat zij ondeskundig en in strijd met de waarheid heeft verklaard en daarbij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij onzorgvuldig medisch heeft gehandeld. Ook verwijten klagers verweerster dat zij uitspraken heeft gedaan die buiten het terrein van haar professionele expertise vallen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit laatste onderdeel gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster heeft hierin berust. Klagers hebben beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

7 augustus 2020 

Klacht tegen bedrijfsarts. Na klagers ziekmelding bij zijn werkgever heeft de bedrijfsarts klager gedurende zes maanden, tot en met oktober 2015, begeleid. In november 2015 heeft de bedrijfsarts klager verwezen naar een Medisch Centrum voor een expertise. In december 2015 is de begeleiding van klager overgenomen door een opvolgend bedrijfsarts. In juni 2016 is het expertiserapport uitgebracht. De bedrijfsarts heeft de werkgever van klager over dit rapport geïnformeerd. Klager verwijt de bedrijfsarts 1. dat hij vertrouwelijke medische informatie aan de werkgever van klager heeft verstrekt terwijl hij niet meer de bedrijfsarts van klager was en 2. de bedrijfsarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping op. In beroep erkent de bedrijfsarts dat hij klachtwaardig heeft gehandeld, toont hij ook inzicht in zijn handelen en heeft hij op dit handelen gereflecteerd, zodat het Centraal Tuchtcollege van oordeel is dat kan worden volstaan met een waarschuwing.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

3 maart 2020 

Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij (1) onvoldoende onderzoek heeft verricht; (2) onverantwoord heeft gehandeld in de communicatie met klager en de werkgever; (3) zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden; (4) zijn terugkoppeling aan de werkgever en aan klager zelf niet gelijktijdig en schriftelijk heeft gedaan; (5) samenzweert met de werkgever en (6) het re-integratietraject van klager heeft benadeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1, 2 en 3 gegrond verklaard, de klachtonderdelen 4, 5 en 6 ongegrond verklaard en aan de bedrijfsarts een waarschuwing opgelegd. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. De bedrijfsarts heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de gegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 3, en de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen 4 en 6 alsnog gegrond en legt aan de bedrijfsarts een berisping op.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

23 januari 2020 

Klacht tegen een medisch adviseur. Klaagster verwijt de arts a) dat hij kennis heeft genomen van medische informatie met betrekking tot klaagster terwijl hij wist, althans behoorde te weten, dat hij niet gerechtigd was tot kennisneming van deze informatie b) dat hij niet heeft voldaan aan zijn verplichting om op verzoek van klaagster het medisch dossier zonder achterhouding van kopieën terug te zenden c) dat ook andere personen, dan personen aan wie het medisch beroepsgeheim en het daaraan verbonden verschoningsrecht toekomt, kennis heeft laten nemen van de medische informatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover klachtonderdeel b. als ongegrond is afgewezen; verklaart klachtonderdeel b. gegrond; verstaat dat geen maatregel wordt opgelegd en verwerpt het beroep voor het overige.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

17 december 2019 

Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij haar tijdens een telefoongesprek onheus heeft bejegend, haar telefonisch binnen enkele minuten arbeidsgeschikt heeft verklaard zonder haar op het spreekuur te hebben gezien en dat hij zijn beroepsgeheim ten opzichte van klaagster heeft geschonden door informatie uit het telefoongesprek zonder klaagsters toestemming te delen met haar werkgever en onjuiste en schadelijke informatie over klaagster met haar werkgever te delen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart een deel van de klacht alsnog ongegrond maar laat de maatregel in stand.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

2 juli 2019 

Klager is in 2017 uitgevallen voor zijn werk omdat hij overspannen was. Gedurende zijn re-integratietraject is klager verschillende keren door verweerder – tot 2014 in het BIG-register geregistreerd als bedrijfsarts, nadien als arts – op het spreekuur gezien. Verweerder heeft van de spreekuurcontacten met klager rapportages gemaakt en deze aanvankelijk telkens per mail tegelijkertijd aan de werkgever van klager en aan klager zelf gezonden. De klacht houdt in dat verweerder zonder toestemming van klager medische informatie over klager aan diens werkgever heeft doorgegeven. Daarnaast klaagt klager over het feit dat verweerder ten tijde van de spreekuurcontacten niet als bedrijfsarts stond ingeschreven in het BIG-register, terwijl hij zich wel als bedrijfsarts voordeed. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard en de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door de arts ingestelde beroep tegen die beslissing.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

24 januari 2019 

Klacht tegen gz-psycholoog. Dochter van klaagster is op enig moment aangemeld bij een centrum voor Jeugd-GGZ. De gz-psycholoog is werkzaam bij dit centrum. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij zonder haar toestemming informatie over haar dochter heeft gedeeld met de internbegeleiderster van de school van de dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster gegrond verklaard. Het beroep van de gz-psycholoog wordt gegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Het Centraal Tuchtcollege acht de doorbreking van het beroepsgeheim niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu de school reeds op de hoogte was van het intakegesprek en de verstrekte informatie louter procedureel en algemeen van aard was.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

10 januari 2019 

Verweerster, huisarts, is bevriend met de voormalige echtgenote van klaagster. Zij heeft geen behandelrelatie met klaagster. Na een ruzie heeft verweerster de toenmalige echtelijke woning bezocht. Klaagster heeft bij de ruzie een bijtwond van 1,5 centimeter in haar oor opgelopen en is behandeld op een huisartsenpost. Klaagster en haar voormalige echtgenote zijn nadien een echtscheidingsprocedure gestart. Klaagster verwijt verweerster: 1) dat zij op de datum van het handgemeen niet de noodzakelijke hulp aan klaagster heeft gegeven, 2) dat zij zich heeft gemengd in een privékwestie door een verklaring af te leggen in de echtscheidingsprocedure tussen klaagster en haar voormalige echtgenote, en 3) dat zij een ‘vertaling’ heeft gemaakt van op klaagster betrekking hebbende medische stukken en die medische stukken ook heeft voorgelegd aan andere medici, die geen recht op inzage hadden in de medische gegevens van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster ten aanzien van de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard, klachtonderdeel 3 gegrond verklaard en heeft de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. De arts heeft tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege beroep ingesteld, voor zover de klacht gegrond is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

27 september 2018 

De aangeklaagde arts werkte als specialist ouderengeneeskunde in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager, patiënte, verblijft. Klager verwijt de arts kort gezegd dat zij 1) haar beroepsgeheim heeft geschonden door tegen een derde te zeggen dat patiënte lijdt aan Alzheimer, en 2) informatie die mede betrekking heeft op klager ten onrechte aan een derde heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1, klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en in verband daarmee aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep tegen deze beslissing ingesteld. De arts heeft zich tegen dit beroep verweerd en tevens incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde beslissingen als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

31 juli 2018

Klacht tegen huisarts over het verstrekken van informatie aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat de huisarts informatie over de dochter van klagers heeft verstrekt ongegrond verklaard. De klacht dat de huisarts informatie over klagers heeft verstrekt is wel gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel. Klagers stellen alleen beroep in tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel. Omdat geen beroep kan worden ingesteld tegen gegrond verklaarde klachtonderdelen, worden klagers door het Centraal Tuchtcollege in het door hen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

17 april 2018 

Klacht tegen verpleegkundige. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, aangifte bij de politie heeft gedaan en daarbij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager komt in principaal beroep voor zover de klacht ongegrond is verklaard; het incidenteel beroep van verweerster richt zich tegen het gegrond verklaarde deel. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen en de maatregel van waarschuwing blijft in stand.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

16 januari 2018

Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is betrokken bij de behandeling van de meerderjarige dochter van klaagster. Klaagster heeft na een gesprek met verweerster in het kader van systeemtherapie aan verweerster laten weten haar deelname aan de systeemtherapie te staken. Verweerster heeft de dochter van klaagster hierover ingelicht. Klaagster heeft drie klachtonderdelen geformuleerd. In een daarvan verwijt zij verweerster haar beroepsgeheim jegens klaagster te hebben geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dat klachtonderdeel gegrond verklaard, aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het beroep van verweerster wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

16 januari 2018

Klacht tegen psychiater. De klacht betreft de ex-echtgenote van klager die onder behandeling was bij de psychiater en inmiddels is overleden. Na het overlijden heeft de psychiater op verzoek van de tweede echtgenoot van patiënte een verklaring verstrekt die is gebruikt in een procedure over de zakelijke afwikkeling van de nalatenschap van patiënte. De klacht betreft het schenden van het beroepsgeheim na overlijden van de patiënte en het afgeven van een geneeskundige verklaring waarin een van de kinderen   van patiënte wordt genoemd en het niet reageren op verzoeken van klager om uitleg over de door de psychiater verstrekte verklaring. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel 3 afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 en verklaart deze klachtonderdelen gegrond. Klachtonderdeel 3 verklaart het Centraal Tuchtcollege evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

9 januari 2018

Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in 2013 enige malen door de fysiotherapeut behandeld in verband met klachten na een ongeval in een lijnbus. Eind 2013 heeft klaagster een medische volmacht verleend aan de rechtsbijstandsverzekeraar tot het namens klaagster opvragen, inzien en ontvangen van medische informatie over klaagster. De fysiotherapeut heeft in september 2014 op verzoek van de medisch adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar informatie overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het verwijt van klaagster dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij het patiëntendossier heeft aangepast gegrond verklaard. De verwijten van klaagster dat de fysiotherapeut onvoldoende dossier heeft gevoerd en dat hij in de tuchtprocedure medische informatie aan het college heeft overgelegd is ongegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden klachtonderdelen. Ten aanzien van de ongegrond verklaarde onderdelen onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

15 augustus 2017 

Klacht tegen huisarts. De aangeklaagde arts was sinds 2006 de huisarts van klaagster en haar gezin, bestaande uit de echtgenote van klaagster en hun drie kinderen. In 2013 stelde klaagster de arts op de hoogte van haar genderdysforie. Klaagster is een jaar later apart gaan wonen van haar partner. Volgens Jeugdzorg was er sprake van een zeer onrustige thuissituatie. De Raad voor de Kinderbescherming heeft een onderzoek ingesteld. De arts heeft op verzoek van de echtgenote van klaagster een kinderarts verzocht onderzoek te verrichten naar het vermoeden van kindermisbruik en informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. De klacht houdt in: 1) afgifte van een onjuiste verklaring en een onjuist rapport aan derden, 2) het verstrekken van bedrieglijke informatie zonder toestemming, 3) het schenden van het beroepsgeheim, 4) grensoverschrijdend gedrag, 5) discriminatie, 6) het opzettelijke schade toebrengen aan drie minderjarige kinderen en 7) schending van de privacy. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de onderdelen 1 tot en met 3, 6 en 7 gegrond verklaard en de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. Voor het overige is de klacht afgewezen. Nadat de arts beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing, uiteindelijk beperkt tot de opgelegde maatregel, en klaagster incidenteel beroep, heeft het Centraal Tuchtcollege de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd, doch uitsluitend voor zover daarin de maatregel van berisping is opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat in het onderhavige geval kan worden volstaan met oplegging van de maatregel van waarschuwing.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

9 mei 2017 

Klager werd volgens het mutatierapport van de politie aangehouden omdat hij gevaarlijk rijgedrag had vertoond. Hij weigerde mee te werken aan een alcoholtest. Omdat klager zeer verward en mogelijk psychisch niet in orde overkwam is verweerder, forensisch arts, ingeschakeld. Klager is diabetespatiënt. De politie heeft het rijbewijs van klager ingevorderd. Met verwijzing naar het mutatierapport en de mededeling van de politie aan het CBR verwijt klager verweerder dat hij: 1) een uitspraak heeft gedaan over het innemen van klagers rijbewijs, 2) klager geen spreekkamer heeft aangeboden, 3) de politie heeft geïnformeerd over de suikerziekte, 4) niet heeft uitgelegd wat hij zou onderzoeken en rapporteren, 5) ten onrechte een verwijsbrief heeft geschreven, 6) klager geen afschrift van zijn dossier heeft gegeven, 7) geen onderzoek heeft gedaan, en 8) de huisarts heeft geïnformeerd terwijl klager dar niet mee akkoord was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 3 en 4 gegrond verklaard en de arts ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht afgewezen en is publicatie gelast van de beslissing na het onherroepelijk worden daarvan. Nadat de arts in beroep is gegaan van deze beslissing heeft het Centraal Tuchtcollege de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd en de klacht ook in de onderdelen 3 en 4 als ongegrond afgewezen.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

4 april 2017 

Klager werkt bij Rijkswaterstaat. Klager viel uit met lage rugklachten. Klager en de aangeklaagde bedrijfsarts verschillen van mening over de vraag of de (rug)klachten van klager worden veroorzaakt door zijn werk. Er heeft op zeker moment een hoorzitting van de bezwaarcommissie personele aangelegenheden plaatsgevonden waarbij klager en de bedrijfsarts aanwezig waren. Klager verwijt de bedrijfsarts dat: 1. hij tijdens de hoorzitting veel te ver is gegaan met het geven van uitleg over klagers ziekte; 2. hij bij de doorverwijzing van klager naar de revalidatie ten onrechte het e-mailadres van klagers werkgever heeft ingevuld in plaats van zijn eigen e-mailadres, zodat medische gegevens bij de werkgever in plaats van bij de bedrijfsarts zijn terechtgekomen; 3. hij een voorstel heeft gedaan om een arbeidsconflict uit te lokken; 4. zijn spreekuurrapportages geen juiste weergave zijn van hetgeen tijdens het spreekuur tussen klager en de bedrijfsarts is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels (onderdeel 2 en 3) gegrond verklaard en heeft de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond omdat de fout van de bedrijfsarts van te weinig gewicht wordt geacht (klachtonderdeel 2) en sprake is van een eenmalig incident in het medisch dossier (klachtonderdeel 3).


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

28 maart 2017 

Klacht tegen arts, verbonden aan een organisatie in de verslavingszorg. Klager was bij verweerster onder behandeling in verband met alcohol afhankelijkheid. Op een consult bleek klager onder invloed van alcohol en is hij, ondanks de waarschuwing van de arts dat zij de politie zou informeren, met de auto vertrokken. Verweerster heeft de politie geïnformeerd en vervolgens, bij gelegenheid van een tweede telefoongesprek met de politie, gemeld dat klager bij haar onder behandeling was vanwege een alcoholprobleem. Klager verwijt verweerster dat zij hiermee haar beroepsgeheim heeft doorbroken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard maar aan de arts geen maatregel opgelegd. Klager wordt door het Centraal Tuchtcollege niet in het beroep ontvangen voor zover dat betrekking heeft op het gegrond verklaarde deel en het college verwerpt het beroep voor het overige.


Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

15 maart 2016

Heeft de verpleegkundige door het afleggen van een verklaring bij de politie, die ook betrekking had op klager (die niet bij de verpleegkundige onder behandeling stond) tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klager gehandeld? Klager en de verpleegkundige stonden niet in een behandelrelatie tot elkaar, waardoor de in de verklaring afgegeven informatie niet valt onder het beroepsgeheim. Ook jegens derden dient de verpleegkundige evenwel de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen. De verpleegkundige heeft in zijn verklaring duidelijk aangegeven dat het de verklaring van patiënte betrof, zoals deze aan hem is verteld, hetgeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De verpleegkundige kan zich, mede door het tijdsverloop sinds het indienen van de klacht, niet meer kan herinneren of zijn verklaring met betrekking tot het geuite waardeoordeel juist door de politie is weergegeven in het proces-verbaal. Nu bovendien niet is gebleken dat het proces-verbaal aan de verpleegkundige is voorgelezen en het proces-verbaal niet door hem is ondertekend, kan niet worden vastgesteld dat het proces-verbaal de verklaring van de verpleegkundige juist weergeeft, zodat de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen niet kunnen worden vastgesteld. Beroep gegrond.


Meer uitspraken vindt u op Tuchtrecht.online. Daar kunt u tevens zoeken m.b.v. AI, maar natuurlijk ook op de klassieke manier d.m.v. een zoekformulier en het is zelfs mogelijk om audiobestanden te genereren, zodat u de samenvattingen van uitspraken kunt beluisteren.

 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page